Spoedvervoer

Spoedvervoer wordt ingezet voor situaties waarbij snelle hulp wenselijk is. Er zijn twee soorten spoedeisende ambulancehulp, waarbij de indeling te maken heeft met prioriteiten.

A1: bij levensgevaar

Een A1-rit wordt ingezet als er gevaar bestaat voor het leven of voor blijvende invaliditeit van de patiënt. Bijvoorbeeld bij een verkeersongeval, verdrinking, pijn op de borst, ademhalingsmoeilijkheden of een hartstilstand.

In deze situaties hanteert de ambulancesector als norm dat in 95% van de incidenten binnen 15 minuten na melding ter plaatse moet zijn.

A2: bij geen direct levensgevaar

Bij A2-riten is er geen direct levensgevaar voor de patiënt maar is snelle hulp wel wenselijk. Bijvoorbeeld in het geval van een acute (blindedarm)ontsteking, of een ongeval met gering letsel.

Bij geen direct levensgevaar hanteert de ambulancesector als norm binnen 30 minuten na melding ter plaatse te zijn. Spoedritten (A1) gaan altijd voor.

De ambulance arriveert, en dan?

De ambulanceverpleegkundige beoordeelt de situatie en bepaalt wat er moet gebeuren. Hij (of zij) voert een snel en zorgvuldig onderzoek uit. Dat kan een volledig lichamelijk onderzoek zijn, of een plaatselijk onderzoek, afhankelijk van de klachten van de patiënt. De verpleegkundige kan ter plaatse het bewustzijn, de ademhaling en hartfunctie beoordelen en direct behandelen.

Als vervoer naar een ziekenhuis noodzakelijk is, zal de verpleegkundige de conditie van de patiënt, indien nodig met medicijnen, zoveel mogelijk verbeteren. Daarna kan de patiënt veilig vervoerd worden. De hele behandeling door ambulancemedewerkers gebeurt volgens een landelijk vastgesteld protocol.

Het is ook mogelijk dat medische verzorging niet direct nodig is. In dat geval zal de verpleegkundige de patiënt adviseren over de alternatieven. Hij kan ook de huisarts op de hoogte stellen en de zorg aan hem overdragen.

Naar welk ziekenhuis rijdt de ambulance?

De bestemming van de ambulance wordt bepaald in overleg met de huisarts. Is de huisarts niet aanwezig, dan bepaalt de ambulanceverpleegkundige naar welk ziekenhuis de patiënt gebracht wordt. Eventueel kan hij daarvoor de verpleegkundig centralist van de Meldkamer Ambulancezorg raadplegen.


Ambulancevervoer